We vroegen u te definiëren wanneer nanotechnologie als doping werd ingezet en welke toepassingen slechts de spanning in de sport verhogen. Wederom een moeilijke opdracht, maar toch hebben een aanzienlijk aantal van u een poging gedaan en een voorstel ingestuurd.
Sommige inzenders kozen voor zo min mogelijk hulpmiddelen, anderen vonden dat als alles voor iedereen legaal is, de sport nog altijd spannend blijft. Uiteindelijk hebben we meneer Sjoerd Dijkstra als winnaar verkozen vanwege de volledigheid van zijn verhaal, dat hieronder te lezen is. Meneer Dijkstra, gefeliciteerd!
Doping zou, mijns inziens, gedefinieerd moeten worden als het gebruik van middelen, die de prestaties bij de sport verhogen, welke schadelijk zijn voor de sportbeoefenaar.
Hulpmiddelen die weliswaar de prestaties doen verbeteren maar geen kwalijke gevolgen voor de sporter hebben (ook niet op langere termijn) zouden niet onder doping dienen te vallen.
Communicatie bij teamsport dient zonder elektronische hulpmiddelen te geschieden, dus armgebaren of praten moet kunnen maar elektronisch contact met elkaar en eventuele computersystemen gaat te ver.
Kledingeisen lijken me niet zinvol. Er zijn voortdurend verbeteringen aan sportkleding toegepast die later ook voor niet sporters bruikbaar bleken te zijn. Slechts tijdelijk kan er van wedstrijdvervalsing sprake zijn als bepaalde sporters beter presteren door hun superieure kleiding, maar die zal dan erg snel door de concurrentie worden overgenomen of nagemaakt.